7 juni 2026

‘Boer’ stond aan onze kant!

‘He fucked the Boers’

In het aprilnummer 2023 van het Maandblad Filatelie besprak Jan Heijs in de rubriek ‘Wij lazen voor u’ het door Ton Vis geschreven artikel ‘VOC-WIC en de slavenhandel’ in Postkoets, het blad van de Postzegelvereniging Nieuwegein. In het artikel wordt ook de eeuwenlange rol van slavernij in Afrika genoemd en de slavernij in Zuid-Afrika aangestipt. Nederland heeft door de eeuwen heen een innige band opgebouwd met Zuid-Afrika, eerst in de koloniale tijd, later met het apartheidsregime. Dit artikel is mede opgedragen aan mijn vriend Klaas de Jonge, die in 2023 is overleden. Hij was in de jaren ’80 hét gezicht van de ondergrondse strijd tegen de apartheid.

Herdenking Slavernijverleden
Net als Ton Vis ben ik van mening dat Nederland nog steeds worstelt met zijn slavernijverleden. Dit verleden is een lange, pijnlijke en tot voor kort onderbelicht deel van onze geschiedenis geweest. Onder het bestuur van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) werden bewoners van verschillende Nederlandse kolonies verhandeld en naar andere gebieden getransporteerd. Generaties lang werden mensen geboren in slavernij en werden ze gedwongen tot slavenarbeid. Deze Nederlandse koloniale erfenis wordt nu nog gevoeld door de nazaten.

De in december 2022 gemaakte excuses door de Nederlandse regering worden niet door iedereen als oprecht ervaren. Het duurde nog tot 19 juni 2023 totdat de Nederlandse regering ook eerherstel en excuus aanbood aan de erfgenamen van Anton de Kom, de auteur van het boek ‘Wij slaven van Suriname’. In de jaren ’30 werd hij door de koloniale overheid in Suriname als staatsgevaarlijk bestempeld, zonder proces opgesloten op 1 mei 1933 uit zijn geboorteland Suriname naar Nederland verbannen.

Landen en voormalige koloniën die het meest hebben geleden onder de slavernij hebben daaraan filatelistisch aandacht besteed. Suriname en de Nederlandse Antillen ook. Nederland niet. Post.NL heeft nog nooit een postzegel uitgegeven om de afschaffing van de slavernij te herdenken.

Slavernij en apartheid in Zuid-Afrika
De excuses voor het slavernijverleden zijn een gevoelig onderwerp. Een land waar eerder excuses zijn gemaakt en het apartheidsverleden officieel is verwerkt, is Zuid-Afrika. In een video vlak voor zijn dood in 2021 bood voormalig president F.W. de Klerk excuses aan ‘voor de pijn, het verdriet, de vernedering en de schade die de apartheid onder zwarte, bruine en Indiase Zuid-Afrikanen heeft veroorzaakt’.

Deze excuses sluiten mooi aan bij de Grondwet van het nieuwe Zuid-Afrika, waarvan de preambule begint met: ‘Wij, de inwoners van Zuid-Afrika, erkennen de onrechtvaardigheden van ons verleden, eren degenen die hebben geleden voor gerechtigheid en vrijheid in ons land, respecteren degenen die hebben gewerkt aan de opbouw en ontwikkeling van ons land, en geloven dat Zuid-Afrika toebehoort aan iedereen die erin leeft, verenigd in onze verscheidenheid’. Een duidelijke erkenning van het apartheidsverleden, dat zijn wortels had in het slavernijverleden.

Van Riebeeck en Krotoa
Alhoewel slavernij al eeuwenlang bestond in Afrika, schreef Jan van Riebeeck in 1655 dat de Nederlanders in de Kaap ‘zeer onwillig zijn om het vuile werk te doen’. Het irriteerde hem mateloos dat de ‘Hottentotten’ niet popelden om het zware werk voor hun nieuwe buren op te knappen. In navolging van Johan Maurits van Nassau, die op de Braziliaanse suikerplantages al slaven had laten werken, werd ook in de Kaapkolonie slavernij ingevoerd. In 1658 arriveerde het eerste zwarte werkvolk in Zuid-Afrika, afkomstig van een gekaapt Portugees schip, gevolgd door georganiseerde import-slaven uit Guinee, Madagaskar en Indië.
Een opmerkelijke Zuid-Afrikaanse postzegel uit 2012 herdenkt de aankomst van Nederlandse kolonisten in de Kaap de Goede Hoop in 1652 en betuigt eer aan Krotoa (1642-1674). Zij was dienstmeisje bij Van Riebeeck en zijn vrouw Marie de la Quellerie, leerde Nederlands en Portugees, en tolkte voor de Nederlanders. Ze was de eerste vrouw van het Khoikhoi-volk die gedoopt werd en een Europeaan trouwde, toen dat nog niet verboden was. We kunnen dit weten omdat Van Riebeeck veel over haar schreef.

Systematische achterstelling
Aan de gekleurde bevolking werden in de eeuwen daarna veel verboden opgelegd. Achterstelling, uitbuiting en ontzegging van bijna alle grondrechten leidde in 1912 tot de oprichting van het African National Congress (ANC), met als doel ‘het bijeenbrengen van alle Afrikanen als één volk om hun rechten en vrijheden te verdedigen’.

Een jaar later werd de ‘Land Act’ aangenomen, die bepaalde dat de zwarte bevolking recht had op slechts zeven procent van het totale grondgebied van Zuid-Afrika. In 1948 kreeg de blanke ‘Nasionale Party’ een meerderheid in het Zuid-Afrikaanse parlement en introduceerde de Apartheidswetten, die de politieke invloed en bewegingsvrijheid van alle niet-Afrikaners verder beperkte. In die periode groeide het besef onder de zwarte bevolking van de noodzaak voor gelijkheid. Samen met de Indiërs, een andere minderheid, protesteerde de zwarte bevolking tegen de ongelijkheid. Eerst geweldloos, onder invloed van Mahatma Gandhi, door racistische wetten te overtreden. In 1955 ondertekenden het ANC en de overige organisaties het ‘Vrijheidscharter’, waarin ze opriepen tot gelijke rechten voor alle rassen (Mi 2384).

Op 9 augustus 1956 voerden 20.000 vrouwen, geleid door de Federatie van Zuid-Afrikaanse Vrouwen, een vreedzame mars op de regeringsgebouwen uit. Zij protesteerden tegen de invoering van de beperkende pasjeswet voor vrouwen, die voor mannen al aan het begin van de eeuw was ingevoerd.

Grof geweld
Het apartheidsbewind bestreed de beweging met grof geweld. Op 21 maart 1960 vielen 69 doden in Sharpeville, toen de politie het vuur opende op een anti-apartheidsdemonstratie. Het ANC werd verboden. Veel zwarte activisten concludeerden dat geweldloos verzet geen effect meer had. In 1961 richtten zij de ‘Speer van de Natie’, de militaire tak van het ANC, op. Onder haar eerste leider, Nelson Mandela, werden bomaanslagen gepleegd op overheidsdoelwitten. De groepering werd bestempeld als een terroristische organisatie. In 1962 werden Mandela en elf medestrijders in het Rivoniaproces tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

In de jaren ’70 en ’80 liep de strijd tussen de overheidstroepen en het ANC uit op een guerrillastrijd. Bij een opstand in de zwarte wijk Soweto bij Johannesburg op 16 juni 1976, tegen de invoering van het Afrikaans als verplichte taal op scholen, vielen veel doden en gewonden. Wereldbekend is de foto van de neergeschoten 16-jarige Hector Peterson, die wordt weggedragen, die later op een postzegel is afgebeeld.

Op 12 september 1977 werd de burgerrechten-activist Steve Biko door vijf politieagenten doodgeslagen in een Zuid-Afrikaanse gevangenis, wat ook tot wereldwijde verontwaardiging leidde (Mi 1464).

De strijd tegen de apartheid was internationaal inzet van de Koude Oorlog. Het ANC werd gesteund door de Sovjet-Unie (Mi 5853) en de DDR (Mi 2369), niet alleen ideologisch, maar ook met wapens. Het apartheidsregime in Zuid-Afrika vond dat het streed tegen het internationaal communisme en terrorisme.

Brede anti-apartheidsbeweging
In Nederland werd die geleid door de in 1971 opgerichte Anti-Apartheids Beweging Nederland (AABN) en het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA), de opvolger van het in 1961 opgerichte Angola Comité. Zij organiseerden succesvolle acties, zoals protesten tegen Angolakoffie van Douwe Egberts (1973), de Boykot Outspan Aktie (1977) en een boycot tegen Shell (jaren ’80).
Nederland had altijd nauwe banden gehad met Zuid-Afrika. Aan het begin van de vorige eeuw werden overal in het land wijken, buurten of straten vernoemd naar Transvaal, Paul Kruger, Schalk Burger, Paardekraal of andere leiders uit de Boerenoorlog. Maar in de jaren ’70 was die sympathie grotendeels verdwenen en werd er breed actie gevoerd tegen de apartheid. In Amsterdam werd in 1978 het plein dat vernoemd was naar Pretorius hernoemd naar Steven Biko. In Diemen werd in 1987 een straat naar Hector Peterson vernoemd.

Klaas de Jonge
Wellicht sprak de Nederlandse antropoloog Klaas de Jonge het meest tot de verbeelding. Hij werd in de jaren ‘80 hét gezicht van de Nederlandse steun aan de vrijheidsstrijd en anti-apartheidstrijd in Zuid-Afrika. Hij kreeg veel publiciteit, zowel in Nederland als in Zuid-Afrika. Van 1985 tot 1987 zat hij, door de Zuid-Afrikaanse regering beschuldigd van terrorisme, vast in de Nederlandse ambassade in Pretoria, beveiligd door Nederlandse marechaussees en bedreigd door Zuid-Afrikaanse politieagenten. Tijdens dat verblijf kreeg hij een rode vlag met hamer- en sikkelteken van een 19-jarige Zuid-Afrikaanse politieagent overhandigd: ‘Heb ik gisteren met gevaar voor eigen leven kunnen bemachtigen. Maar ik heb er wel twee zwarten voor moeten omleggen.’ Ondanks zijn beperkingen kon hij ruim 1000 volgetikte vellen papier uit zijn kamer smokkelen, die later als ‘Dagboek uit Pretoria’ werden gepubliceerd.
Klaas woonde en werkte begin jaren 80 met zijn toenmalige echtgenote Helene Passtoors in Maputo, de hoofdstad van Mozambique. Daar ontdekte hij dat de Zuid-Afrikaanse geheime dienst de opbouw van het land saboteerde door kindsoldaten te recruteren voor de oppositionele Renamo-beweging. Ze raakten bevriend met Joe Slovo, een vooraanstaand lid van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) en zijn vrouw Ruth First, die aan de universiteit doceerde. Toen zij op 17 augustus 1982 omkwam door het openen van een bombrief die verstuurd was door de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst BOSS, besloten De Jonge en Passtoors actief het ANC te ondersteunen in hun gewapende bevrijdingsstrijd.

Na hun echtscheiding verhuisde Klaas naar de Zimbabwaanse hoofdstad Harare. Vanaf 1982 smokkelde hij voor Umkhonto we Sizwe (‘Speer van de Natie’), de gewapende tak van het ANC, wapens en explosieven naar Harare in een verborgen deel van de kofferbak in zijn auto.
Op 23 juni 1985 werd hij op de terugweg van Johannesburg naar Harare door Zuid-Afrikaanse politie klemgereden en gearresteerd. Hij wist op 9 juli te ontvluchten naar de Nederlandse ambassade, maar werd daar door de Zuid-Afrikaanse politie weer uitgesleept. Een diplomatieke rel volgde, waarna Klaas werd teruggebracht naar het gebouw. Uiteindelijk zou hij twee jaar en twee maanden in een kamer in het gebouw verblijven. Pas op 7 september 1987 kwam hij vrij na een gevangenenruil. Bij een tussenlanding wordt hij herkend door Zuid-Afrikaanse ballingen die hem vol bewondering toeroepen: ‘You fucked the Boers’. Op Schiphol werd hij hartstochtelijk begroet door honderden sympathisanten.

Ook na zijn terugkeer in Nederland ondervond hij de lange arm van de veiligheidsdienst van het apartheidsbewind. Hij werd in 1988 blind aan een oog, mogelijk na het dragen van vergiftigde kleding na een vreemd incident met zijn verdwenen tas uit een kluisje op het station van Nijmegen. Later, in 2016, kreeg hij zwart op wit bevestigd dat de geheime dienst een bom had willen plaatsen in zijn postbus aan het Amsterdamse Waterlooplein.
De ook gearresteerde Helene Passtoors werd pas in 1989 vrijgelaten, hoewel ze in 1986 tot tien jaar cel voor hoogverraad was veroordeeld. Pas in 2013 erkende zij voor de Waarheid-commissie betrokken te zijn geweest bij de voorbereidingen van de Kerkstraat-bomaanslag in Pretoria op 19 mei 1983 waarbij 19 doden en 217 gewonden vielen. Onder de slachtoffers waren niet alleen militairen, maar ook burgers. In 2017 erkende ook De Jonge dat hij hierbij betrokken was geweest. Samen met Passtoors had hij de omgeving verkend en hadden ze de auto voor explosieven, schroeven en ander restmateriaal over de grens in Swaziland gebracht. Hoewel hij er geen spijt van had, was het een verantwoordelijkheid waar hij de rest van zijn leven mee rondliep en mee moest leven.

Klaas heeft zijn verzet tegen de apartheid verdedigd door het te vergelijken met het ondergrondse verzet tegen de nazi-bezetters van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind was fascistisch en schond de mensenrechten. ‘Al lang voordat ik naar Zuidelijk Afrika was vertrokken, was ik ervan overtuigd dat de gewapende strijd de enige mogelijkheid was om het apartheidsregiem omver te werpen’, zo schreef Klaas in zijn Dagboek uit Pretoria.

Voor het apartheidsregime was hij een terrorist. Voor het nieuwe Zuid-Afrika was hij een held. In 2019 kreeg Klaas uit handen van president Ramaphosa een belangrijke onderscheiding voor buitenlandse strijders tegen apartheid, de Orde van de Strijdmakkers van O.R. Tambo in zilver ‘voor opmerkelijke samenwerking, solidariteit en steun aan Zuid-Afrika’. Eerder had Klaas geweigerd die uit handen van president Zuma aan te nemen. ANC-lid en ex-minister Ronnie Kasrils vatte hem samen: ‘Hij ziet er uit als een Boer. Hij heeft de naam van een Boer. Maar hij stond aan onze kant!’

Bronnen:
Voor dit artikel heb ik gebuikt gemaakt van Wikipedia (Google ‘Klaas de Jonge’), het Dagboek uit Pretoria (Van Gennep Amsterdam 1987), Colnect Landenlijst, mijn eigen archief en herinneringen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *