21 januari 2026

De Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) is verantwoordelijk voor de toelating tot de regelingen die financiële ondersteuning bieden aan verzetsdeelnemers en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de periode van ongeregeldheden in het voormalig Nederlands-Indië en hun nabestaanden.

De PUR stelt het beleid voor deze regelingen vast en adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze regelingen. De PUR is een zelfstandig bestuursorgaan en werd oorspronkelijk per 1 juli 1990 bij wet ingesteld. Daarvóór was het instituut bekend als Uitvoeringsraad en had het een vestiging in kantorenterrein Bergwijkpark in Diemen-Zuid, die de aanvragen voor Indische verzetspensioenen behandelde.
De wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen zijn gebaseerd op: een ‘ereschuld’ van het Nederlandse volk ten opzichte van verzetsdeelnemers, en een bijzondere solidariteit ten opzichte van vervolgden en burger-oorlogsslachtoffers.

De regelingen voorzien in inkomensaanvullende pensioenen en uitkeringen en/of bijdragen in kosten die worden gemaakt in verband de lichamelijke en/of geestelijke gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en de periode van ongeregeldheden in het voormalig Nederlands-Indië.

Tot het werkterrein van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) behoren de volgende regelingen:
• Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp)
• Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Wbpzo)
• Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv)
• Wet uitkeringen burger-oorlogsgetroffenen 1940-1945 (Wubo)
• Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv)
• Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie naoorlogse generatie (Tvp)
• De Algemene oorlogsongevallenregeling (AOR)

Het hier afgebeelde frankeerstempel van Zoetermeer lijkt wat verwarrend, maar is het niet. Vanaf de invoering van de wetten voor oorlogsgetroffenen werd de uitvoering opgedragen aan de Stichting 1940-1945 in Amsterdam en aan het ministerie van CRM (Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk) in Den Haag, dat later naar Zoetermeer verhuisde, en aan het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) in Heerlen. Later werd de uitvoering van alle wetten geconcentreerd bij het ABP, maar het personeel van de Stichting 1940-1945 bleef in Amsterdam, dat later verhuisde naar Diemen-Zuid. In 1990 werd de uitvoering ondergebracht bij de Pensioen- en Uitkeringsraad in Leiden.

Met dank aan John Cuijpers. Zie ook: Stichting 1940-1945, Stichting Pelita, Stichting Joods Maatschappelijk Werk

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *