
Tegenwoordig associëren de meeste mensen de ansichtkaart met een kort, onschuldig berichtje dat we af en toe ontvangen van ouders of vrienden die op vakantie zijn. De ansichtkaart is inmiddels vrijwel irrelevant geworden, al lang vervangen door telefoontjes, e-mail, Facebook en Twitter. Er was echter een tijd, nog niet zo lang geleden, waarin de wereld overspoeld werd met ansichtkaarten – letterlijk miljarden per jaar. Ze maakten deel uit van het dagelijks leven en vormden een belangrijk middel voor korte, snelle communicatie. Het is belangrijk te begrijpen hoe ansichtkaarten in het algemeen ooit het “sms-systeem” van honderd jaar geleden waren.
De ansichtkaart was een revolutionaire manier voor mensen om contact te houden. Vóór de introductie ervan stonden postautoriteiten alleen verzegelde brieven toe. Zoals bij de meeste nieuwe communicatiemiddelen was er aanvankelijk weerstand tegen zowel de afbeeldingloze postal card, vooraf gefrankeerd door het postkantoor met één blanco zijde voor tekst, als tegen de kleurrijkere picture postcard; postautoriteiten vreesden dat deze goedkopere en kortere vorm van post het lucratieve businessmodel van gesloten brieven zou ondermijnen.
De ansichtkaart stamt uit de jaren 1860 in zowel de Verenigde Staten als Europa. In 1861 vond John P. Charlton uit Philadelphia de voorgedrukte ansichtkaart uit en liet deze registreren. Zijn ontwerp had een voorgedrukte boodschap aan één zijde, meestal een advertentie, en ruimte voor een postzegel en adres aan de andere kant. Charlton droeg de rechten snel over aan H.L. Lipman, en de nieuwe kaarten werden voorzien van de tekst “Lipman’s Postal Card”. Hoewel het copyright jaren eerder was vastgelegd, vond het eerste gebruik plaats op 25 oktober 1870. De Europeanen liepen voorop in de ansichtkaartrevolutie.

In oktober 1869 gaf de Oostenrijks-Hongaarse postautoriteit een voorgedrukte kaart uit (Correspondenz-Karte), op aanbeveling van Dr. Emmanuel Herrmann. Een Duitse uitvinder, Heinrich von Stephan, ontwikkelde het idee afzonderlijk in 1865. Op 1 oktober 1870 introduceerden de Zwitserse en Britse postautoriteiten hun eigen voorgedrukte kaarten. In Nederland werd in 1872 deze voorgedrukte briefkaart uitgegeven, die echter nog geen ansichtkaart was.

In het veelzeggende jaar 1870 produceerde een Franse kantoorboekhandelaar, M. Léon Besnardeau, de eerste picture postcard. Zijn kaart was geïllustreerd met militaire en patriottische motieven voor gebruik door het Franse leger, dat toen streed in de Frans-Duitse Oorlog. Toen het postkantoor deze kaarten toestond, werd Frankrijk onbedoeld het eerste land dat het versturen van ansichtkaarten met afbeeldingen mogelijk maakte. Tegen 1872 hadden vrijwel alle Europese landen door de overheid uitgegeven kaarten geïntroduceerd, en het Amerikaanse postkantoor volgde in 1873 (privaat geproduceerde kaarten, zoals die van Lipman, waren al toegestaan). De lage portokosten stimuleerden bedrijven om grote hoeveelheden aan te schaffen voor gebruik als ontvangstbewijzen of prijsnotificaties. Later voegden veel bedrijven logo’s of kleine afbeeldingen toe ter promotie van producten, waarmee deze overheidskaarten effectief werden omgevormd tot picture postcards. Tegen het einde van de jaren 1880 waren ansichtkaarten met afbeeldingen ingeburgerd in Europa; dorps- en stadsgezichten waren de meest voorkomende onderwerpen.
De Parijse Wereldtentoonstelling van juni 1889, ter viering van de opening van de Eiffeltoren, was een mijlpaal voor zowel ansichtkaarten als architectuur. Weinig mensen hadden ooit zo hoog boven de grond gestaan als op de top van de toren, en de opening trok wereldwijde aandacht. Een Franse krant publiceerde een kaart met een kleine afbeelding van de toren die mensen konden kopen en vanaf de top konden versturen. Deze vondst bleek een groot succes.
Het jaar 1870 geldt als het officiële geboortejaar van de picture postcard, maar 1889 is het jaar waarin deze de verbeelding van het publiek begon te vangen. Begin jaren 1890 ontwikkelden Duitse uitgevers een chromolithografisch drukproces, waarmee ze hoogwaardige, meerkleurige kaarten konden maken, wat het gebruik van ansichtkaarten verder stimuleerde. Hieronder een vanuit Diemen verstuurde felicitatiebriefkaart met gekleurde afbeelding naar Oosterwijk uit 1885. 

In de loop van de jaren 1890 nam de productie van prentbriefkaarten snel toe in zowel Europa als de Verenigde Staten, gestimuleerd door de ontwikkeling van fotografie en de grafische industrie. De jaren 1895 tot en met 1898 markeerden een explosie in het gebruik van prentbriefkaarten en luidden het begin in van wat bekendstaat als het Gouden Tijdperk van prentbriefkaarten, dat voortduurde tot de Eerste Wereldoorlog. Naar schatting werden er in deze periode van twintig jaar 200 tot 300 miljard prentbriefkaarten verkocht – gemiddeld 10 tot 15 miljard per jaar. Alleen al in Groot-Brittannië werden in 1906 naar schatting 2 miljard kaarten gekocht, oftewel vijftig per inwoner. Vergelijkbare cijfers en beschrijvingen van de “prentbriefkaartengekte” uit het Gouden Tijdperk maken duidelijk hoe snel en massaal boodschappen – zowel vriendelijk als haatdragend – konden worden verspreid.

De productie van miljarden prentbriefkaarten leidde tot een industrie met honderden bedrijven en veel vakmensen. De Duitsers waren de onbetwiste marktleiders in het Gouden Tijdperk en leverden kaarten van hoge kwaliteit aan vrijwel elk land ter wereld, waaronder de Verenigde Staten. Duitse kaarten – vooral de typen “Gruss Aus” of “Greetings From” of “Groeten uit”- met afbeeldingen van steden in meerdere vensters, zijn nog steeds zeer gewild bij verzamelaars. Veel Duitse vakmensen emigreerden naar Groot-Brittannië en de VS om daar bedrijven te starten met hun aangeleerde vaardigheden.

Prentbriefkaarten uit het Gouden Tijdperk behandelden elk denkbaar onderwerp – van het alledaagse tot het absurde, van het komische tot het schunnige: steden, dorpen en landschappen (de meest voorkomende thema’s); etniciteit en racisme – niet alleen tegen Joden, maar ook tegen zwarten, Aziaten en anderen; politiek, royalty, oorlogen en speciale gebeurtenissen; industrie, technologie en transport; fantasie, satire, kunst, strips en naakt; feestdagen, groeten en religie; en alles daartussen, van natuurrampen tot sport. In plaats van televisie en internet waren prentbriefkaarten het venster op de gebeurtenissen en volkeren van onze wereld.

Kaarten uit het Gouden Tijdperk waren niet alleen een manier om een boodschap te versturen. De helft ervan werd bewaard door verzamelaars die hielpen bij de ontwikkeling van het medium; zij zochten actief naar nieuwe en spannende afbeeldingen, en uitgevers deden hun uiterste best om aan die vraag te voldoen. Verzamelaars vroegen bekenden om kaarten te sturen vanaf hun reizen, zoals blijkt uit het grote aantal kaarten met de tekst “voor uw verzameling” op de achterkant. Verzamelaars plaatsten hun kaarten trots in albums die fungeerden als doe-het-zelf koffietafelboeken waarin hun smaak en expertise tot uiting kwamen. Het verzamelen van kaarten werd door de media omschreven als een klasse-overschrijdende rage die de wereld veroverde.

De Eerste Wereldoorlog gaf een nieuwe impuls aan het gebruik van prentbriefkaarten, met tientallen duizenden unieke afbeeldingen gedrukt door alle betrokken landen. Maar na de oorlog nam de populariteit van prentbriefkaarten sterk af en kwam er een einde aan het Gouden Tijdperk. Oorzaken waren onder meer de opkomst van de telefoon, hogere portokosten, meer gebruik van foto’s in andere media zoals kranten en tijdschriften, en de economische moeilijkheden van de naoorlogse periode. Duitsland, de grootste producent, werd zwaar getroffen en veel drukkerijen sloten. Slechts enkele producenten keerden in de jaren 1920 terug tot volledige productie. Een tijdperk was ten einde. Prentbriefkaarten werden nog wel gebruikt in de jaren daarna, maar de hoeveelheid en diversiteit van het Gouden Tijdperk zouden nooit meer worden geëvenaard.

Gelukkig bieden veel kaarten uit het Gouden Tijdperk ons vandaag de dag een ongelooflijk visueel venster op een wereld die via geen enkel ander medium zo kon worden vastgelegd. Filmbeelden kwamen pas in de vroegste stadia van ontwikkeling.

Foto’s en ansichtkaarten als historische bronnen
De ontwikkeling van de fotografie liep grotendeels gelijk op met die van de ansichtkaartindustrie. Veel ansichtkaarten zijn gebaseerd op professionele foto’s. Toch werden foto’s in die tijd niet in dezelfde mate geproduceerd of verspreid als ansichtkaarten. Veel vroege foto’s zijn uitsluitend bewaard gebleven in de vorm van ansichtkaarten. Kranten en gedrukte media gebruikten vóór 1910 zelden foto’s, waardoor het fotografische archief voor historici beperkt en minder toegankelijk is.

Voordelen van ansichtkaarten voor historisch en filatelistisch onderzoek
Ansichtkaarten bieden historici en filatelisten diverse voordelen:
• Gedetailleerde bijschriften
• Handgeschreven boodschappen
• Poststempels en zegels
• Soms ingekleurde afbeeldingen
Veel kaarten tonen ook artistieke werken of tekeningen die speciaal voor dit medium zijn gemaakt. Politieke spotprenten vormen een belangrijk voorbeeld van niet-fotografische elementen.

Bewerkte vertaling van ‘A brief history of the postcard’ in Hatemail; anti-semitism on postcards door Salzo Altenberg; Philadelphia 2013. Afbeelding 1 en 2 afkomstig uit dit boek.
